Fampyra niet meer vergoed

Fampyra wordt vanaf 1 april niet meer vergoed. Het advies van Zorginstituut Nederland om het MS-medicijn Fampyra (Fampridine) niet op te nemen in het basispakket, is overgenomen door minister Bruno Bruins van Medische Zorg.

*Klik op de afbeelding*

Vanaf 1 april aanstaande zit het middel niet meer in het basispakket. Het Zorginstituut oordeelde onlangs dat Fampyra het loopvermogen van mensen met MS niet of slechts beperkt verbetert.

Hoewel de MS werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie (NVN) een brief aan de minister heeft geschreven om hem te bewegen het advies  van Zorginstituut Nederland niet te volgen, heeft minister Bruins anders besloten.

De werkgroep zet vraagtekens bij de afweging die het ZiN heeft gemaakt tussen de gemeten gunstige effecten en de bijwerkingen. De werkgroep wijst erop dat op basis van dezelfde gegevens de European Medicines Agency (EMA) juist een gunstig oordeel had over Fampyra.  Ook andere partijen, zoals de patiëntenorganisaties MS Vereniging Nederland (MSVN) en Nationaal MS Fonds (NMSF) hebben de minister een brief geschreven met hetzelfde doel.

In 2016 besloot toenmalig minister Edith Schippers het middel voorwaardelijk toe te laten tot het basispakket, terwijl het Zorginstituut verder onderzoek deed naar het middel. Maar hoewel er MS-patiënten waren die wel baat hadden bij het middel, concludeert het Zorginstituut toch dat het medicijn niet effectief is gebleken.

Medicijn zou vaak niet werken

Van elke tien MS-patiënten die sinds 2016 Fampyra gebruiken, zijn er ongeveer vier die op het middel reageren, aldus het Zorginstituut. Drie van die vier zouden die reactie echter ook hebben gehad bij een placebo, volgens ZiN. Bruins benadrukt dat stoppen met het middel niet gevaarlijk is, een conclusie die wordt onderschreven door het Zorginstituut, patiëntenverenigingen en medici. Fampyra blijven vergoeden zou jaarlijks 7 tot 20 miljoen euro per jaar kosten.

Op Petities24.com zijn Hilma Kroezen en Jolanda van der Meer een petitie gestart in de hoop de beslissing terug te laten draaien. Daar zijn tot nu toe meer dan 9.000 handtekeningen op gezet.

Bron: RadarNationale Zorggids en MSweb

Advertenties

Fampridine verbetert niet alleen looptest

Italiaanse onderzoekers hebben aangetoond dat 4-aminopyridine of Fampridine niet alleen de loopsnelheid van MS-patiënten verbetert, maar dat er ook neurofysiologische en radiologische effecten te zien zijn.

De onderzoekers pleiten ervoor om niet alleen met een looptest te beoordelen of dit medicijn effect heeft, maar om meerdere parameters te bekijken.

Fampridine of 4-aminopyridine (4-AP)  is een medicijn dat kalium-kanalen blokkeert, waardoor de zenuwgeleiding in zenuwen waarvan de myeline is aangetast verbetert. De loopsnelheid bij mensen met MS kan hierdoor worden verbeterd.

Om te beoordelen of de medicatie werkt, wordt meestal alleen gekeken of de loopsnelheid tijdens een korte looptest verbetert. Als iemand 20% verbetering laat zien qua loopsnelheid, wordt aangenomen dat deze persoon positief reageert op de behandeling (een ‘responder’). In verschillende onderzoeken was 40% van de patiënten een ‘responder’.

Italiaanse onderzoekers keken nu niet alleen naar de loopsnelheid, maar juist naar een heel scala van uitkomsten, om zo beter te kunnen begrijpen hoe 4-AP werkt en wie er goed reageert op het medicijn. Ze onderzochten klinische, subjectieve, neurofysiologische en neuroradiologische parameters. 23 mensen met MS (RR-, SP- en PP-MS met een EDSS-score tussen de 4 en 6.5) deden mee aan het onderzoek.

Voor aanvang en na 14 dagen gebruik van 4-AP (2 maal daags 10mg) zijn de volgende parameters gemeten:

  • Klinisch: Timed 25-Foot Walk: Een test die de loopsnelheid meet over een parcours van 25 feet (7,62 meter) en de Timed Up-And-Go test: Dit is een mobiliteitstest waarbij de snelheid van opstaan, stukje lopen, omkeren en weer gaan zitten gemeten wordt.
  • Subjectief: MS Walking Scale-12: een vragenlijst waarbij de patiënt zelf aangeeft hoe het lopen de afgelopen tijd ging.
  • Neurofysiologisch: Motor Evoked Potentials (MEPs:) Het meten van de reactie van een spier; in dit geval van een voetspier (de Abductor Hallucis; deze spier beweegt de grote teen naar buiten)
  • Neuroradiologisch: (Diffusion Tensor Imaging – DTI): een variant van MRI waarbij de witte stof banen in beeld worden gebracht.

Voor de hele onderzoeksgroep tezamen vonden de onderzoekers significante verbeteringen op alle gemeten parameters. Daarna analyseerden ze de ‘responders’ (minstens 20% verbetering op de Timed 25-Foot Walk) en ‘non-responders’ (minder dan 20% verbetering) apart.

Opvallend genoeg vertoonden zowel de responders als de non-responders een significante verbetering op de klinische en subjectieve items. De neurofysiologische en neuroradiologische parameters waren alleen significant verbeterd bij de responders.

De onderzoekers tonen hiermee aan dat ook neurofysiologische en neuroradiologische parameters kunnen verbeteren door middel van 4-AP. De meeste patiënten geven zelf ook aan dat zij een motorische verbetering merken. De onderzoekers pleiten dan ook voor het gebruik van meerdere, verschillende parameters, naast het meten van de loopsnelheid, om zo de werking van 4-AP bij mensen met MS beter te kunnen beoordelen.

Bron: Brambilla L, Rossi Sebastiano D, Aquino D, Torri Clerici V, Brenna G, Moscatelli M, Frangiamore R, Giovannetti AM, Antozzi C, Mantegazza R, Franceschetti S, Bruzzone MG, Erbetta A, Confalonieri P; Milan, Italy. Journal of the Neurological Sciences 368 (2016) 402-407

Samenvatting: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/27538672

Bron: MSweb

Bewaren

Loop en balansproblemen ontrafelen

loop-en-balans-problemenPatiënten met een neurologische aandoening hebben vaak loop- en balansproblemen. Het is niet geheel duidelijk hoe deze problemen ontstaan en effectieve behandelopties zijn beperkt.

 

Jorik Nonnekes van het Radboudumc ontrafelde een deel van de onderliggende mechanismen van de loop- en balansproblemen door de patiënten te laten schrikken. Daarnaast schreef hij een behandelprotocol voor ‘bevriezen van lopen’, een veel voorkomende loopstoornis bij Parkinsonpatiënten. Dat meldt het Radboud UMC.

Veel neurologische ziekten leiden tot loop- en balansproblemenm. Die kunnen leiden tot vallen met als gevolg blessures. Hij vergeleek loop- en balanshandhaving van gezonde mensen met mensen met a) hereditaire spastische paraplegie (HSP) en b) Parkinson.

Hij voerde balanstesten uit en liet de proefpersonen schrikken met onverwachte geluiden. Mensen met HSP herstelden sneller van een balansverstoring als er tegelijkertijd een luid geluid werd aangeboden. Dit zette Nonnekes op het spoor om de rol van de reticulaire formatie bij mensen met HSP te ontrafelen.

De reticulaire formatie is betrokken bij het aansturen van bewegingen. Nonnekes toonde aan dat dit onderdeel van de hersenstam extra actief is bij patiënten met HSP; bij mensen met Parkinson is eerder een verminderde functie waarneembaar.

Dit leidt bij HSP waarschijnlijk tot het compenseren van de symptomen maar  bij Parkinsonpatiënten lijken de voeten bij het lopen vastgeplakt te zitten aan de grond.

Nonnekes schreef samen met andere experts een behandelprotocol voor bevriezen van lopen met tips en behandelopties.

Bron: Nationale Zorggids én MSweb